×

‘Rivierkreeften zijn ideaal voor horeca die een lokaal product op het bord willen’

Tuesday June 09, 2026
Back to overview
Share this article
De grasvelden in de polder buiten Woerden schetsen al eeuwenlang een prachtig vergezicht voor Hollandse schilders. De kaarsrechte sloten die de weilanden van elkaar scheiden, hebben sinds enkele jaren te maken met een indringer: de Amerikaanse Rivierkreeft. Dit ‘probleem’ is inmiddels ook een verdienmodel, want in de oneindige waterlopen in dit deel van de provincie Utrecht wordt op rivierkreeften gevist door CrawFish Farm Holland. “Het Groene Hart is het epicentrum, met miljoenen rivierkreeften in de sloten. De wild gevangen kreeften zijn een uitstekend alternatief voor de in China en VS gekweekte kreeften. De horeca kiest gelukkig steeds vaker voor de ‘Nederlandse’ variant”, zegt directeur Maarten van der Sanden.
 

We ontmoeten Maarten en zijn compagnon Stefan van Ekris begin april in het buitengebied van Woerden, op de grens met Kamerik. Het tweetal heeft, net als de andere partners binnen CrawFish Farm Holland, geen achtergrond in de visserij of voedingsmiddelenindustrie. “We zijn er ingegroeid, al waren we al bekend met het fenomeen rivierkreeften. We visten voor ons plezier in de weekenden bij de Loosdrechtste Plassen en kwamen ze daar al veelvuldig tegen. De grondlegger van het bedrijf, Wieger Kunst, kwam op het idee toen hij de kreeften letterlijk over zijn gazon zag lopen. Wij zijn geen ecologen noch vissers. We zijn erin gerold met het idee om dit probleem deels op te lossen”, vertelt Maarten. Stefan vult aan: “Het vangen is slechts een deel van de oplossing. We hoeven er geen grof geld mee te verdienen, maar de vangst biedt horeca en daarmee de consument een smaakvol product waarvoor in het verleden een beroep werd gedaan op gekweekte kreeften uit Amerika, Spanje en China.”
 
‘Rivierkreeften zitten overal’
CrawFish Farm Holland pacht sloten van de boeren die koeien en schapen houden op de aangrenzende weilanden. “Wij vissen in deze sloten en vaarten”, zegt Stefan, wijzend naar enkele waterwegen achter Boerderij De Boerinn. Boven het wateroppervlak zijn enkele stokken zichtbaar met daarop gele oormerken. In de sloten die parallel lopen, wordt eveneens gevist, zij het door een andere kreeftenvisser. “Maar die levert ook aan ons”, verduidelijkt Maarten. “We hebben afspraken met verschillende kreeftenvissers die op een X-aantal percelen in het Groene Hart mogen vissen. Het vergunningstraject is lang, maar de verkregen vergunningen stellen ons ook in staat om nieuwe rivierkreeftvissers op te leiden. De Amerikaanse Rivierkreeft zit inmiddels in alle wateren in Nederland, tot Groningen aan toe.”
 
Dat opleiden nemen ze bij CrawFish Farm uiterst serieus. Stefan legt uit: “Niet alleen de manier van vangen is van belang, maar ook hoe je omgaat met de vangst. Zeker in de zomerperiode zijn de dieren heel agressief. Als je er teveel op elkaar legt in een ton, dan gaan ze elkaar aanvallen. En je moet ook rekening houden met het gewicht. Als je ze teveel stapelt, dan gaan ze dood. Niet meteen, maar pas na een paar dagen. Heel vervelend voor de verdere verwerking van de kreeften.”
 
Beroepsvissers mogen alleen op rivierkreeften vissen tussen 1 december en 1 september. Tijdens de palingtrek (herfst) is er een verbod op vissen met fuiken, en mag je alleen onder bepaalde voorwaarden vissen met andere vangtuigen. “Dan hallen we alle vangtuigen uit het water. Op zich maakt dat ook niet zoveel uit, want rivierkreeften zijn juist actief als het water relatief warm is. In de winter kruipen ze in holen aan de kant van een waterloop. Daar overwinteren ze. Al die kleine gaatjes die je aan de waterkant ziet, worden door rivierkreeften gemaakt. Dit leidt er soms toe dat de randen van het weiland inzakken, zeker als de koeien erop gaan staan om te drinken”, zegt Stefan, terwijl hij een fuik leeggooit in een emmer. “Het water is nog relatief koud, dus de kreeften zijn pas sinds enkele weken actiever aan het worden. De totale opbrengst vandaag zal misschien 10 kilogram zijn, maar in de zomer krioelt het van de dieren en dan haal je soms wel 100 kilo per dag naar boven.”
 
Diervriendelijke vangst
De opbrengst is inderdaad summier, maar doordat de fuiken en korven zich in een afgebakend gebied bevinden, is de toekomstige opbrengst gegarandeerd. Bovendien worden de kreeften bijna het hele jaar door gevangen en kenschetst het voorjaar pas de start van het seizoen. Rivierkreeften in vijf soorten – in verschillende kleuren en groottes – worden gevangen, net als enkele kleine visjes, een paling en een krab. “In Nederland is een diervriendelijke wijze van vangen verplicht. De vangtuigen zijn aangepast, waardoor grote vissen er niet in kunnen zwemmen en een kleine aal of vis gemakkelijk kan ontsnappen”, vertelt Stefan. “Sommige beroepsvissers nemen zulke vissen mee, maar wij gooien die uiteraard terug. Het is ons uitsluitend om de kreeften te doen.”
 
Onder het wateroppervlakte bevinden zich fuiken en korven waarin de rivierkreeften worden gevangen. De sloten in de omgeving van Kamerik zijn iets meer dan een meter diep, maar de kreeften bevinden zich elders in het land ook in vaarten, rivieren, sloten en grachten die dieper zijn. “Stilstaand water houden ze niet van. Er moet een beetje stroming zijn”, weet Maarten. Voor het vangen van de kreeften wordt een net afgespannen langs de oevers. De kreeftjes lopen daar tegenaan en vervolgens kruipen ze door tot in de fuiken. Daar kunnen zij vervolgens niet meer uit. “De dieren bewegen zich uitsluitend in de eerste anderhalve meter vanaf de slootkant, dat is een soort van snelweg voor rivierkreeften”, lacht Maarten.
 
Langs de waterlopen bij Woerden heeft CrawFish Farm in het voorjaar zo’n 125 vangtuigen uitstaan, in de zomer zijn dat er bijna 200. “Wij vangen zelf en we werken samen met vier vissers die aan ons leveren. Dat moeten er op termijn honderd worden, verdeeld over het hele land. In de zomer zitten alle vangtuigen rammetje vol”, stelt Maarten. Wat betreft de aanpak van het kreeftenprobleem in Nederland, geldt dat de commerciële vangst een druppel op een gloeiende plaat is. CrawFish Farm werkt nauw samen met natuurverenigingen om het probleem met rivierkreeften enigszins behapbaar te houden. Natuurvriendelijke, steile oevers, helderder water (door een andere inrichting) en specifieke waterplanten die dieper wortelen, zijn andere oplossingen naast de commerciële visserij. Stefan: “De doelstelling is maximaal 0,7 kreeft per vierkante meter. Dan kan het ecosysteem zichzelf enigszins herstellen. Hoe beter de waterkwaliteit, hoe meer natuurlijke vijanden er zijn. Snoeken, karpers en meervallen hebben de kreeften ook op hun menu staan, net als kraaien en reigers. Zeker de kleine kreeftjes hebben een wat zachtere schil. En wie weet komt er in de toekomst nog een ziekte. De inheemse Europese Rivierkreeft is immers ook uitgestorven door een ziekte. Dat kan ook zomaar de Amerikaanse overkomen.”
 
Productie in Moordrecht
Beschikbaarheid is alvast geen issue, verzekert het tweetal. “Ik daag je uit een sloot in Nederland te vinden waar ze inmiddels niet zitten”, grapt Maarten. De vangst (‘in de zomer legen we de netten vaker dan in het voorjaar’) wordt uiteindelijk naar de productiefaciliteit in Moordrecht gebracht, waar de kreeften worden gesorteerd, verwaterd en eventueel worden bereid en gekoeld volgens de geldende hygiëne- en traceerbaarheidsnormen. In dit korte keten-model legt de rivierkreeft slechts enkele tientallen kilometers af: van water naar verwerking (≤ 30 km). “We begonnen kleinschalig, maar afgelopen jaar verwerkten we zo’n 25 ton rivierkreeft per jaar. Dat groeit dit jaar verder naar 35 ton en we willen uiteindelijk naar 50 of zelf honderd ton. In Spanje worden rivierkreeften gekweekt in combinatie met rijstvelden. En dan heb je nog de kweek in China en Amerika. Wij zetten daar een duurzamer alternatief tegenover, met wilde vangst. Het topsegment horeca wil ook alleen lokale producten. Neem bijvoorbeeld Flores in Nijmegen of het Rijks. Die zullen nooit met Chinese rivierkreeftjes gaan koken. Met de Nederlandse variant heb je een goed, duurzaam verhaal om te vertellen aan je gasten”, verzekert hij. Stefan zegt ter verduidelijking: “Tot enkele jaren geleden was rivierkreeft vooral een geïmporteerd product. Maar als het aan ons ligt, is in de toekomst alleen nog plek voor Nederlandse, in het wild gevangen rivierkreeften, die niet bijgevoerd worden en dus ook geen schadelijke stoffen of antibiotica bevatten.”
 
CrawFish Farm Holland selecteert de kreeften, die na sortering circa 48 uur worden schoongespoeld, een procedé dat ervoor zorgt dat de kreeftjes worden ontdaan van zand. Dit draagt bij aan de smaak. Daarna worden ze vers geleverd aan de horeca of gekookt en vervolgens diepgevroren geleverd (in een bakje van 650 gram of een papieren zak van twee kilogram) aan horeca, groothandels, viswinkels en boerderijwinkels, zoals bij BoerBert in Woerden. “Dat is een mooi voorbeeld van maximale versheid, minimale foodmiles én directe binding tussen rivierkreeftvisser, boer en consument”, onderstreept Maarten.
 
Via een QR-code op de verpakkingen worden gebruikers naar een filmpje geleid waarop is te zien hoe je de rivierkreeften kunt bereiden. “Slechts twee minuutjes koken in de pan volstaat, maar ze zijn ook lekker op de barbecue.”
 
Opschalen door differentiatie
Opschalen betekent volgens Maarten mogelijk ook productdifferentiatie. “We leveren nu hele kreeften, zowel vers als diepgevroren, maar als we het aantal vissers kunnen uitbreiden en daarmee voldoende tonnage hebben, dan willen we ook de staartjes gaan verkopen. Dat pellen is nu nog heel arbeidsintensief, maar als dat proces grotendeels kunnen automatiseren, dan willen we die ook gaan verkopen. Het zou prachtig zijn als de Hollandse Garnaal deels vervangen kan worden door de Nederlandse Rivierkreeft.”
 
Stefan besluit krachtig: “Het begin is gemaakt. Het is nu vooral zaak dat we zowel de horeca als de consument enthousiast gaan maken voor dit product. Niet alleen in Nederland, maar ook over de grens in Duitsland en België. Over de beschikbaarheid hoeft niemand zich zorgen te maken.”
 
Kijk voor meer informatie op www.cffh.nl of lees HIER de reportage in de laatste (digitale) uitgave van vaktijdschrift Fish&Co.